| |
|
| |
Afkoopwaarde | |
Het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering. De uitkering heeft betrekking op de waarde die in de polis is opgebouwd minus eventuele kosten. |
| | |
terug | |
| |
Akte van levering | |
Een notariële akte die wordt opgemaakt bij de overdracht van onroerende zaken. De notaris zorgt voor de registratie van deze akte bij het Kadaster. |
| | |
terug | |
| |
Bankgarantie | |
Garandeert dat de geldverstrekker op eerste aanmaning door de notaris een schuld van de aanvrager van de bankgarantie zal voldoen. Een eerste aanmaning vindt plaats als de koper nalatig is in de nakoming van in de koopakte overeengekomen verplichtingen. In plaats van een zogenoemde waarborgsom, contant te betalen, kan door de geldverstrekker een garantieverklaring worden afgegeven. De bankgarantie vervangt de storting van een waarborgsom. |
| | |
terug | |
| |
Bereidstellingsprovisie | |
Een extra afsluitprovisie die wordt berekend om een hypotheekofferte, waarvan de geldigheidstermijn is verstreken, te verlengen. |
| | |
| terug | |
| |
Boeterente | |
Wordt in rekening gebracht bij te late betaling van hypotheekbedragen en bij vervroegde aflossingen boven het boetevrije bedrag. |
| | |
| terug | |
| |
Bouwdepot | |
Een bedrag dat wordt gereserveerd bij het tekenen van de hypotheekakte voor de bouw en/of verbouwing van de woning. Over dit bouwdepot wordt een rente vergoed die soms lager is dan de rente die betaald wordt over de opgenomen gelden. |
| | |
| terug | |
| |
Bouwrente | |
Alle rente die bij nieuwbouw in rekening wordt gebracht voor en tijdens de bouw. Deze rente kan vaak mee worden gefinancierd. |
| | |
| terug | |
| |
Constante waardeclausule | |
De boete die in rekening wordt gebracht als een hypotheek voortijdig geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. De geldverstrekker lijdt immers renteverlies als de contractrente hoger is dan de dagrente die op het moment van aflossing geldt. Over het meerdere boven het bedrag dat boetevrij mag worden afgelost, geldt een boete die gelijk is aan het totale verschil tussen de hogere en lagere rente. Daarbij wordt rekening gehouden met de resterende looptijd van de hypotheek. |
| | |
| terug | |
| |
Disagio | |
Een extra bedrag aan afsluitprovisie dat betaald kan worden om gedurende de eerste rentevaste periode een lagere rente te krijgen. |
| | |
| terug | |
| |
Effectieve rente | |
Het werkelijke rentepercentage dat een geldverstrekker hanteert. Bij dit rentepercentage wordt rekening gehouden met de wijze en het moment van betalen (per maand voor- of achteraf), de afsluitprovisie en de administratiekosten. De effectieve rente ligt daarom altijd iets hoger dan de rente waarmee wordt geadverteerd (de nominale rente). |
| | |
| terug | |
| |
Executiewaarde | |
De waarde die het huis bij gedwongen verkoop oplevert (openbare verkoop). |
| | |
| terug | |
| |
Gedragscode Hypothecaire Financieringen | |
Een gedragscode waarin geldverstrekkers een aantal voorwaarden hebben vastgelegd. Deze voorwaarden hebben betrekking op zowel brochures als hypotheekoffertes en berekeningen. De Commissie van Toezicht waakt over de correcte naleving van deze gedragscode en neemt klachten in behandeling. |
| | |
| terug | |
| |
Hoofdelijke aansprakelijkheid | |
Diegene die persoonlijk voor de gehele schuld kan worden aangesproken. |
| | |
| terug | |
| |
Huurwaardeforfait | |
In het kader van de wet onroerende zaken wordt de waarde van uw woning bepaald door een taxateur. Op basis van deze taxatiewaarde wordt, volgens een door de Belastingdienst vastgestelde tabel, een bedrag bij uw inkomen opgeteld, waarover u inkomstenbelasting dient te betalen. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheekakte | |
De akte waarin de hypotheekovereenkomst wordt vastgelegd. In de wet is geregeld dat deze akte bij een notaris dient te passeren. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheekakte-kosten | |
De kosten die de notaris in rekening brengt voor het passeren van de hypotheekakte en de kosten voor het vastleggen in het Hypothekenregister. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheekgarantie | |
De garantie dat de 'Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen' zich tegenover een geldverstrekker (hypotheeknemer) garant stelt voor de betaling van de vordering, die deze uit hoofde van een lening op de geldnemer (hypotheekgever) heeft, op het moment dat de woning moet worden verkocht. Het gaat hierbij om het verschil tussen de opbrengst en de restant-hypotheekschuld, inclusief kosten, boetes en dergelijke. Zie ook Nationale Hypotheek Garantie. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheekgever | |
Degene die de woning als onderpand inbrengt. De eigenaar geeft het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheeknemer | |
Degene die de onroerende zaak als onderpand voor een lening aanvaardt. Dit is dus de geldverstrekker en niet de woningeigenaar. |
| | |
| terug | |
| |
Hypotheekregister | |
Een voor iedereen openbaar register waarin alle hypotheken worden ingeschreven. Het hypotheekregister is ondergebracht bij het Kadaster, een instelling waar iedereen kan informeren wie de eigenaar van een onroerende zaak is en of er een hypotheek op rust. |
| | |
| terug | |
| |
Hypothecaire inschrijving | |
De vermelding bij het Kadaster in het hypotheekregister voor welk bedrag en aan wie een hypotheek is verleend. |
| | |
| terug | |
| |
Kosten koper (k.k.) | |
De kosten die gemaakt moeten worden om een onroerende zaak op naam te krijgen, zoals de overdrachtsbelasting, de notariskosten voor de akte van levering en de registratie bij het Kadaster. Deze kosten zijn voor rekening van de koper. (Zie v.o.n.) |
| | |
| terug | |
| |
Langstlevendentestament | |
Een testament waarin partners de langstlevende over en weer tot erfgenaam benoemen. Iedere partner maakt zo'n testament. De overige erfgenamen kunnen hun deel in principe pas opeisen na het overlijden van de langstlevende. |
| | |
| terug | |
| |
Meenemen van de hypotheek | |
| De lage rente van de lopende hypotheek voor de resterende rentevaste periode kan worden meegenomen naar een nieuw af te sluiten hypotheek. Vaak wordt dan voor de nieuwe hypotheek een lagere afsluitprovisie in rekening gebracht. | |
| | |
| terug | |
| |
Nationale Hypotheek Garantie | |
Garantie die het mogelijk maakt een hypotheek van maximaal de aankoopprijs plus 12% voor bijkomende kosten af te sluiten. Zonder deze garantie bedraagt de hypotheek 75% van de executiewaarde. Vaak zijn geldverstrekkers echter bereid meer dan 75% van de executiewaarde te verstrekken tot een maximum van 130%. Dit heeft dan wel een rente-opslag tot gevolg. Zie ook Hypotheekgarantie. |
| | |
| terug | |
| |
Nominale rente | |
Het rentepercentage dat de geldverstrekker hanteert en dat in de offerte vermeld staat. Naast de nominale rente kent men ook effectieve rente. (Zie ook Effectieve rente). |
| | |
| terug | |
| |
Onderhandse verkoopwaarde | |
De vrije verkoopwaarde van een woning als deze op een normale wijze op de vrije markt wordt verkocht. Dit in tegenstelling tot de gedwongen (executoriale) openbare verkoop. |
| | |
| terug | |
| |
Onderhandse akte | |
| Een akte die tussen twee partijen wordt opgesteld zonder tussenkomst van een notaris. |
| | |
| terug | |
| |
Onroerende zaak | |
De huidige benaming voor wat eerder onroerend goed werd genoemd. Hieronder wordt verstaan de grond en alles wat zich daarop, of daarin bevindt, voorzover dat hiermee aard- of nagelvast is verbonden. |
| | |
| terug | |
| |
Onroerende zaakbelasting (OZB) | |
Belasting die door de gemeente wordt opgelegd aan de eigenaar en/of bewoner van een huis. Deze belasting heette vroeger 'onroerend goed belasting'. |
| | |
| terug | |
| |
Ontbindende voorwaarde | |
Een voorwaarde die kan worden opgenomen in de koopovereenkomst. Deze zorgt ervoor dat de overeenkomst kan worden ontbonden indien die voorwaarde niet wordt vervuld. Het is gebruikelijk een voorwaarde op te nemen met de mogelijkheid de overeenkomst te ontbinden als geen financiering kan worden verkregen tegen gebruikelijke voorwaarden en tarieven. |
| | |
| terug | |
| |
Openbare verkoop | |
Betekent dat een woning in het openbaar wordt verkocht (bijvoorbeeld via een veiling). |
| | |
| terug | |
| |
Open-eind-constructie | |
Een mogelijkheid om aan het einde van de looptijd van de hypotheek, zowel de hypotheek, als de eventueel daaraan gekoppelde verzekeringen te verlengen. |
| | |
| terug | |
| |
Opstalverzekering | |
Een verzekering die de schade dekt bij geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de onroerende zaak. Deze verzekering wordt verplicht gesteld door de geldverstrekker. |
| | |
| terug | |
| |
Overbruggingskrediet | |
Een lening die de tijd overbrugt tussen de aankoop van het nieuwe huis en de verkoop van het oude huis. Dit krediet wordt op basis van de overwaarde van het oude huis verstrekt en wordt altijd voor een bepaalde periode afgesloten. Binnen deze periode kan het krediet boetevrij worden afgelost. |
| | |
| terug | |
| |
Overdrachtsbelasting | |
De belasting die u bij overdracht van een bestaande woning moet betalen. Deze belasting wordt berekend over de aankoopsom en door de notaris verrekend bij het passeren van de koopakte. Meestal is de overdrachtsbelasting voor rekening van de koper. |
| | |
| terug | |
| |
Overlijdensrisicoverzekering | |
Een verzekering die tot uitkering komt als de verzekerde komt te overlijden. Een overlijdensrisicoverzekering kan op beide partners voor 100%, of een gedeeld percentage worden afgesloten. Het afsluiten van een dergelijke verzekering wordt door de geldverstrekker, of voor het verkrijgen van Nationale Hypotheek Garantie, soms verplicht gesteld. |
| | |
| terug | |
| |
Overwaarde | |
Het positieve verschil tussen de verkoopwaarde van een huis en de hypotheek die er op rust. |
| | |
| terug | |
| |
Positieve/negatieve hypotheekverklaring | |
Een verklaring die in twee delen uiteenvalt. Het 'positieve' heeft te maken met een onderhandse akte die op het eerste verzoek van de geldverstrekker kan worden omgezet in een notariële hypotheekakte. Met het 'negatieve' wordt bedoeld dat er zonder toestemming van de geldverstrekker geen andere hypotheken worden afgesloten. |
| | |
| terug | |
| |
Premiedepot | |
Een spaarrekening (depot) waaruit automatisch premies voor een levensverzekering worden voldaan. |
| | |
| terug | |
| |
Premievrij maken | |
Een mogelijkheid om de levensverzekering te laten doorlopen zonder dat er premies worden betaald. |
| | |
| terug | |
| |
Pro Resto hoofdsom | |
De restantschuld van de hypotheek onder aftrek van alle gedane (extra) aflossingen. |
| | |
| terug | |
| |
Rekenrente | |
De wettelijk vastgestelde verplichte rente die een levensverzekeringsmaatschappij moet vergoeden over het door de verzekerde opgebouwde kapitaal. |
| | |
| terug | |
| |
Rentegarantie | |
Betekent dat het rentepercentage voor een bepaalde periode door de geldverstrekker wordt gegarandeert, zonder dat bekend is om welke woning het gaat. |
| | |
| terug | |
| |
Rente-opslagen | |
De extra rente die op de basisrente betaald moet worden voor hypotheken zonder Nationale Hypotheek Garantie. Hoe meer risico een geldverstrekker loopt, hoe hoger de opslagen. |
| | |
| terug | |
| |
Rentebedenktijd | |
De periode waarin het mogelijk is de rente opnieuw vast te zetten tegen de rente die de geldverstrekker op dat moment voor soortgelijke hypotheken hanteert. Deze bedenktijd kan aan het begin of einde van een rentevaste periode zijn. |
| | |
| terug | |
| |
Renteherzieningsvoorstel | |
Het rentevoorstel voor een nieuw rentepercentage voor een nieuwe rentevaste periode, dat een geldverstrekker automatisch circa 1 tot 2 maanden voor het einde van de lopende rentevaste periode doet. |
| | |
| terug | |
| |
Rentemiddeling | |
De manier om een gemiddeld rentepercentage uit te rekenen waarbij rekening wordt gehouden met condities zoals rentepercentage en restantschuld van de bestaande hypotheek en het op dat moment geldende rentepercentage voor de nieuwe hypotheek over het meerdere dat aan hypotheek nodig is. |
| | |
| terug | |
| |
Unit Linked | |
De constructie waarbij verzekeringspremies worden belegd in 'units' oftewel participaties van een beleggingsfonds. |
| | |
| terug | |
| |
Universal Life | |
De constructie waarbij iedere maand een nieuwe premie wordt berekend voor het overlijdensrisico, op basis van het verschil van het verzekerde bedrag en het inmiddels opgebouwde vermogen enerzijds en de leeftijd van de verzekerde anderzijds. |
| | |
| terug | |
| |
Variabele rente | |
Het rentepercentage wordt per dag, maand of kwartaal aangepast aan de dan geldende marktrente. |
| | |
| terug | |
| |
Vaste rente | |
Het rentepercentage blijft gedurende een vooraf bepaalde periode ongewijzigd. |
| | |
| terug | |
| |
Vermindering loonbelasting | |
Kan bij de Belastingdienst worden aangevraagd. Het is een methode om het aftrekbare rentebedrag en de éénmalige financieringskosten met het bruto jaarinkomen te verrekenen. Op deze manier wordt het netto inkomen verhoogd. |
| | |
| terug | |
| |
Verpanding | |
Het overdragen van een recht aan een ander door middel van een akte van verpanding. Dit kunnen bijvoorbeeld de rechten van een polis van levensverzekering of subsidie zijn. |
| | |
| terug | |
| |
Verwervingskosten | |
Alle kosten die gemaakt moeten worden om een onroerende zaak in eigendom te krijgen en de financiering ervan rond te maken. |
| | |
| terug | |
| |
Vrij op naam (v.o.n.) | |
Dit betekent dat in de genoemde koopsom alle kosten om de onroerende zaak in eigendom te krijgen (overdrachtsbelasting en/of akte van levering plus BTW) zijn inbegrepen. Deze kosten zijn dan niet voor rekening van de koper (k.k.). |
| terug |