| Rentevastperiode |
|
|
|
|
Bij het afsluiten van een hypotheek dien je aan te geven hoe lang je de rentestand vast wilt zetten. Het vastzetten van de rente is een moeilijke beslissing. Kies je voor 30 jaar, dan kies je voor zekerheid. Het bedrag dat je bruto aan rente kwijt bent staat dan gedurende de hele looptijd van de lening vast. Je betaalt daarvoor wel een prijs. Want normaal gesproken is het rentepercentage met een kortere loooptijd aanzienlijk lager. RENTEBEDENKTIJD Bij een aantal hypotheekverstrekkers is het mogelijk om een hypotheek met rentebedenktijd af te sluiten. Je kiest dan voor een bepaalde rentevastperiode waarbij je in het laatste jaar (in sommigen gevallen laatste twee jaar) zelf kunt bepalen wanneer je de nieuwe hypotheekrente in laat gaan. Bij veel van deze hypotheekverstrekkers heb je tussen de 3 en 14 dagen de tijd om indien in die periode de rente stijgt, de hypotheek tegen de rente van vóór de rentestijging vast te zetten. INSTAPFACILITEIT Je kunt ervoor kiezen een hypotheekproduct te nemen met een zogenaamde instapfaciliteit. Dit geeft je de mogelijkheid om gedurende de instapperiode over te stappen naar een langere rentevastperiode. RENTETYPEN MET BANDBREEDTE Bij deze rentevorm maak je afspraken over de rente die je betaalt en over de zogenaamde bandbreedte waarbinnen de rente omhoog en omlaag kan gaan zonder dat het rentepercentage dat je betaalt aangepast wordt. Komt de marktrente boven of onder de grenzen dan ga je een ander percentage betalen. Stel dat je afspreekt dat je 6% betaalt en dat de bandbreedte 2% is. De ondergrens is dan 4% en de bovengrens is 8%. Beweegt de rente zich binnen deze grenzen dan blijf je 6% betalen. Beweegt de rente zich buiten de afgesproken bandbreedte dan wordt de rente verhoogd/verlaagd met het verschil tussen de afgesproken rentegrens en de marktrente. Dus stijgt de rente naar 9% dan wordt het rentepercentage dat je betaalt 7%. Keert de rente weer terug naar een waarde binnen de grenzen dan ga je weer 6% betalen. |







Rentevastperiode

